Onze sport - De pijl

Onderwerpen

Soorten pijlen

Pijlen kunnen van verschillende materialen zijn gemaakt.
• Hout zoals: den, ceder, beuk, es,...
• Riet: primitieve volkeren gebruiken dit materiaal uit traditie en/of noodzaak.
• Kunststof van diverse samenstellingen.
• Glasvezel: deze vezels worden gedrenkt in kunstharsen.
• Metaal: holle of volle schachten uit verschillende legeringen van staal of aluminium.
• Carbon.
• Alu-carbon: composiet, aluminiumbuis wordt getrokken, dan de koolstoflaag aangebracht.

Onderdelen van de pijl


De nok
De nok, ook wel kluif of keep genaamd, is gemaakt van kunststof en is zo gemaakt dat de pees van de boog goed in de groef past. Er zijn verschillende maten verkrijgbaar afhankelijk van de pijldiameter en de peesdikte. Ook de kleur is variabel. Belangrijk is dat de nok op grote afstanden te zien is en dat deze zich onderscheidt van die van de medeschutters.

De veren
Er worden 2 soorten veren gebruikt:
• Natuurveren: gemaakt van kalkoen- of ganzenveren.
• Kunststof: harde of zachte veren.
De veren hebben een dubbele rol:

  1. Het compenseren van het pijlevenwicht t.o.v. het gewicht van de pijlpunt.
  2. Het sturen en stabiliseren van de pijl tijdens de vlucht.

De keuze van de veren
Lange en lage zijn te verkiezen boven hoge en korte. Ze hebben minder weerstand en raken het boogvenster niet. Kunststofveren hebben het voordeel dat ze geen vocht opnemen en dat ze minder weerstand bieden doordat ze zo dun zijn.

De versiering
Breng zo weinig mogelijk versiering aan om de luchtweerstand te beperken.

De schacht
De schacht van de pijl moet aan 4 criteria voldoen:

  1. Rechtheid (te controleren door de draaiproef).
  2. Het gewicht
    Het gewicht moet zo laag mogelijk gehouden worden om zoveel mogelijk energie te kunnen gebruiken voor het voortstuwen van de pijl.
    Van belang is dat het gewicht van een reeks pijlen identiek is. Niet alleen het totale gewicht maar ook het zwaarte- of balanspunt moet van alle pijlen gelijk zijn. Dit heeft invloed op de aard van de pijlvlucht. Het balanspunt moet zich op ± 7 à 10% voor het middelpunt van de pijl bevinden.

    Een zwaardere pijl heeft meer massa en blijft langer zijn snelheid volhouden, terwijl een lichtere pijl eerder wordt afgeremd maar ook vlugger het doel bereikt. Zijwind brengt een zwaardere pijl moeilijker uit zijn koers.
  3. De stijfheid (Spine)
    De spine bepaalt het vertrek en de vlucht van de pijl. Het wordt als volgt gemeten:
    De pijlschacht wordt op 2 steunpunten geplaatst die zich op een afstand van 1 inch van de uiteinden van de pijl bevinden.
    In het midden van de schacht wordt een gewicht van 907 gram aangebracht.
    De veroorzaakte doorbuiging wordt gemeten en moet gelijk zijn over 360 graden.
    Over de trekkracht van de boog en de spine-waarde bestaan tabellen. Dit in combinatie met de juiste treklengte geeft de geschikte pijl.
  4. De pijllengte
    De lengte van de pijlen van een schutter dienen alle gelijk te zijn. Zie voor het bepalen van de treklengte het onderdeel hierover

    Het groeperen van de geschoten pijlen kan slechts gerealiseerd worden wanneer de 4 criteria
    rechtheid, gewicht, stijfheid en lengte per pijl gelijk zijn en blijven.

De punt
De pijlpunt bestaat uit 2 delen: de eigenlijke punt, die vervaardigd is uit staal en de huls die uit zacht metaal bestaat. Dit heeft een aantal voordelen:
Het vervangen wordt gemakkelijker.
Het zwaartepunt van de pijl wordt naar voren gebracht om de stabiliteit te verbeteren.
Het pijluiteinde is steviger.

Bepalen van de pijllengte (= treklengte)

De lengte van de pijl wordt gemeten van de nokgroef tot aan het einde van de schacht. Deze lengte moet voor elke schutter individueel gemeten worden. Immers niet elke schutter trekt even ver.
De beste methode is gebruik te maken van een maatpijl. Dit is een pijl met indelingen in cm of inches. Laat de schutter enkele keren aantrekken en het gemiddelde is de exacte treklengte. Toch is het beter om als beginnende schutter een pijl te kiezen die zeker lang genoeg is, want de treklengte kan nog veranderen naarmate je meer geoefend bent.

 


 

Herstellen van beschadigingen aan de pijl

Het plaatsen van de nok:
De nok moet in overeenstemming zijn met de dikte van de pijlbuis.
Eerst de oude lijm van de inzet van de pijl verwijderen en de inzet grondig reinigen. Zorg ervoor dat je de inzet niet beschadigt. Anders kun je de nok moeilijk exact recht op de pijl plaatsen.
Breng een druppel kleefstof op de punt van de inzet.
Plaats de nok diep op de inzet en verdeel de lijm door de nok naar rechts en links te draaien.
Draai de nok met een schroefvormige beweging en druk hem stevig vast.
Let er wel op dat de markering op de nok loodrecht op de indexveer staat.

Het plaatsen van veren:
Probeer de oude lijm zoveel mogelijk te verwijderen met een bot mes.
Ontvet de schacht en de nieuwe veer met aceton.
Breng wat lijm op de veer aan en druk de veer op de exacte plaats op de buis aan.
Met een "verenzetter" gaat dit werk het nauwkeurigst.